Home 42 BLJ Missies

postheadericon Missies

AddThis Social Bookmark Button

postheadericon Task Force Uruzgan afgesloten

AddThis Social Bookmark Button

Einde-TFU

De Task Force Uruzgan (TFU) is vandaag met het strijken van de TFU-vlag overgegaan in het Amerikaans-Australische Combined Team Uruzgan (CTU). Met het hijsen van de ISAF-vlag kwam een einde aan de missie in Uruzgan waarover Nederland 4 jaar lang de scepter zwaaide. Die periode bracht voor de bevolking van Uruzgan grote verbeteringen. Helaas had Nederland 24 slachtoffers en 140 gewonden te betreuren.

Gouverneur van Uruzgan Khoday Rahim liet zich lovend uit over de inzet van Nederland de afgelopen 4 jaar en betitelde de militairen als goede vrienden waarvan hij het betreurt dat ze weg gaan. Hij uitte niet alleen dankbaarheid voor hun hulp, maar leefde tevens mee met het verlies van de 24 Nederlandse militairen. “Zij sneuvelden terwijl zij zich inzetten voor een betere toekomst van Uruzgan.” De geasfalteerde weg van Tarin Kowt naar Chora noemde hij als voorbeeld van verbetering, evenals de bouw van een nieuwe civiele terminal. “De bevolking van Urzugan is erg blij met alle projecten die jullie hebben uitgevoerd.”

 

Lees meer...

 

postheadericon Transfer of Authority Uruzgan 28-07-2010

AddThis Social Bookmark Button

Beste vrienden van het Regiment,

 

Afgelopen week heeft de 42 (NLD) BG Limburgse Jagers haar laatste patrouille in Uruzgan gelopen. De leiding en uitvoering lag in handen van een peloton van de "Ccie", u weet wel onze goede en zeer gewaardeerde collega's van 13 Infanteriebataljon Regiment Stoottroepen Prins Bernhard. Een patrouille die door haar bijzondere karakter het NOS-journaal heeft gehaald. Ik wil u een aantal foto's niet onthouden.

 

 

Volgens het journaal is dit de week van "de laatste keer" en dat is het ook. Het is en blijft een vreemd gevoel om afscheid te nemen van een land en haar mensen waar zoveel is gebeurd, waar Nederlands bloed is vergoten maar waar ook heel veel is bereikt.

Het is ook de laatste keer dat er een Transfer of Authority heeft plaatsgevonden. De 28e was het zover, TOA tussen 42 (NLD) BG Limburgse Jagers en 1/2 SCR oftewel het eerste Squadron van het tweede Stryker Cavalry Regiment. Een Regiment dat trouwens is gelegerd in het Duitse Vielseck bij het ons welbekende Grafenwoehr en Hohenfels.

Na een drukke en intensieve HOTO is het nu op aan hen.
Voor 42 (NLD) BG LJ rest niets dan terugkijken op een periode die de geschiedenis ingaat.

Op dit moment levert BLJ nog een Quick Reaction Force tot en met de TOA van de TF-U op 01 augustus. We zijn er dus nog niet, maar het schiet wel erg op.

Het merendeel van het Bataljon is inmiddels uitgeroteerd en is of al terug in NLD of is bezig met de terugreis.

Ik zal hierna nog 1x als Com 42 (NLD) Battle Group Limburgse Jagers op het net komen, namelijk om verslag te doen van de TOA van de Task Force Uruzgan aan het nieuwe Combined Team Uruzgan.

 

Limburgse Jagersgroet,

Huub Klein Schaarsberg
Com 42 (NLD) BG Limburgse Jagers

 

Team website: De teksten van de toespraken kunt u bekijken in PDF formaat door hier en hier te klikken.

 

postheadericon Limburgse Jagers in Uruzgan deel 4

AddThis Social Bookmark Button

logoUruzgan

Het is half juli en de battlegroup is druk bezig, midden in de transitie fase. Inmiddels zijn de eersten al weer naar huis. Zoals we misschien nog wel weten van de heenreis, de rotatie neemt ongeveer een hele maand in beslag. Als ik dit schrijf is er zelfs al een klein deeltje thuis. Ik heb begrepen dat de ontvangst op Eindhoven Airport weer geweldig was.

Toch concentreren wij ons hier nog even op de normale gang van zaken. Wat dat is zal ik uitleggen. Alle eenheden leveren hun materiaal in bij een eenheid die speciaal daarvoor naar Afghanistan is gekomen, de
Re Deployement Task Force (RDTF). Dat is dus wel iets meer werk als gewoon overdragen aan de opvolgers. Elk onderdeel en elk artikel is van te voren gestickerd en wordt met een scanner gecontroleerd voordat het wordt ingenomen. Natuurlijk leidt dat af en toe tot vreemde constateringen, lijsten die niet kloppen, materiaal dat we schijnbaar te veel hebben, enz. Maar gemiddeld is een peloton met een dag gereed met dat inleveren. Natuurlijk moeten ze dan ook nog hun privéspullen inpakken en de verplaatsingsuitrusting gereed maken.

Al met al zijn de pelotons een dag of 4 a 5 bezig met deze werkzaamheden. Daarvoor hebben de pelotons hun kennis proberen over te dragen aan onze opvolgers. Zoals iedereen weet hebben wij Amerikaanse opvolgers.  En om het allemaal niet helemaal te gemakkelijk te laten verlopen is er weinig overeenkomst in de eenheid en in de opdracht van 1-2 Styker Cavalry Regiment. Dus helemaal vlekkeloos is dat niet verlopen. Pak daarbij dat de Amerikanen natuurlijk allemaal andere systemen hebben, denk hierbij bijvoorbeeld aan de verbindingen. Dat maakt het vooral voor onze opvolgers er niet makkelijker op.
Naast alle logistieke zaken moeten we niet vergeten dat we nog tot 28 juli verantwoordelijk zijn voor het gebied. Dat betekent onder andere dat we nog steeds 2 pelotons van AASLT hebben die actief zijn buiten de poort en daarnaast nog optreden als Quick Reaction Force (QRF). Zij hebben dus nog helemaal geen oren naar onderhoud, inleveren en opruimen. Gelukkig is het wel zo dat bijna iedereen de normale term van de uitzending draait. Dat wil zeggen dat iedereen zo’n beetje 4 maanden en 3 weken van huis is geweest. Dus ook die pelotons die nu nog zo druk zijn buiten de poort komen gewoon mooi op tijd naar huis.

Lees meer...

 

postheadericon Wegduiken voor salvo Talibaan

AddThis Social Bookmark Button

Rust in Uruzgan is bedrieglijk, blijkt bij patrouille buiten Tarin Kowt

Het lijkt zo rustig, kilometers weg van het veilige Tarin Kowt. Totdat in dit
stukje van Uruzgan de Talibaan plotseling het vuur openen.


Opeens spat een rij steentjes op, een paar meter voor ons, onmiddellijk gevolgd
door het geluid van automatischgeweervuur.
Het komt uit de vallei en het is angstig dichtbij. De berg waar ik op zit wordt onder vuur
genomen door vier, misschien zes Talibaantrijders. „We zitten in een TIC [troops in
contact]”, schreeuwt korporaal Jan-Willem over de radio. Hij en de andere militairen hebben zich meteen op de grond laten vallen. „Verzoek om luchtsteun.” Al na een paar seconden weten de mariniers waar het vuur vandaan komt. En ze vuren het ene salvo na het andere terug. Mijn helm ben ik kwijt, de fotocamera ert op de keien. Op deze heuvel is niets om achter de schuilen. Geen bosje, geen muurtje. Korporaal
Jan-Willem gebruikt zijn rugzak als dekking. Hij gooit me mijn helm toe: die had hij per ongeluk
zelf opgezet. Pfieuw, hoor ik een kogel over mijn hoofd scheren. Door de hoek die de heuvel
maakt, is het bovenop veiliger dan waar ik nu ben. Hoger op de heuvel schreeuwt een marinier: „kom
hierheen, blijf laag!” Kruipend bereik ik de ondiepe greppel waar hij in ligt. De adrenaline giert door
mijn lijf. Een scherpschutter legt aan, lost een schot op de strijders. En nog een. In de verte rennen mensen
naar een huis. „Ik heb geen PID!”, schreeuwt een militair. PID is positive identification: dat wil zeggen
dat het niet zeker is of de rennende man, die zo te zien geen wapen meer draagt, wel Talibaan is.
Het gevecht maakt duidelijk hoe bedrieglijk de rust hier is. Om drie uur in de ochtend vertrokken
twee pelotons Nederlandse mariniers, in totaal zestig man. Te voet. In het donker struikelen ze over
kuilen en opgedroogde irrigatiegeultjes. Achter de ‘patrouillebasis’, vooruitgeschoven post Tabar
in Uruzgan. Kilometers achter ons ligt Tarin Kowt. Daar fonkelen tientallen kleine lichtjes. De bracht Tarin Kowt verlichting.

Maar niet hier. Hier is het donker, hier zitten de Talibaan. Dit is het westelijk Dorashan-gebied.
Een dag eerder was tijdens een briefing al gewaarschuwd: mogelijk zijn er vijftien tot twintig vijandige
strijders in dit gebied. In een poging hun invloed te beknotten, gaan de mariniers op zoek
naar hun wapens, munitie en materialen om bermbommen mee te maken. Kapitein Stefan had mij voor het
gevecht verteld hoe ingewikkeld dit gebied in elkaar steekt. Terwijl opbouwprojecten in andere delen
van Uruzgan in meer of mindere mate van de grond komen, is er in dit westelijke Dorashan-gebied
amper vooruitgang geboekt. Een tekort aan water maakt het gebied arm, en dus inschikkelijk voor de
Talibaan. Die komen vanuit Pakistan naar dit gebied. Onderling zijn de dorpjes in West-Deh Rafshan
sterk verdeeld, waar de Talibaan dan weer gebruik van maken. „Het overgrote deel van de bevolking
hier heeft sympathie voor de Talibaan ”, zegt kapitein Stefan. „De bevolking verstopt wapens in
hun velden. Als wij dan aan de boeren vragen ‘hoe komen jullie hieraan?’ zeggen ze ‘geen idee’.”
Het is kwart over vier als een eerste zonnestraal voorzichtig over de bergen schijnt. Een hond
blaft, een ezel balkt.


We zijn bij het plaatsje Khorma. Er is net genoeg licht voor de genie om de zogeheten overwatch op
bermbommen te doorzoeken. De overwatch, bedoeld als relatief veilig overzichtspunt, ligt op een kale
heuvel. Samen met ongeveer tien militairen neem ik daar positie in. Vanaf de heuvel kijk ik toe hoe
de op het oog vredige vallei ontwaakt. Afghanen lopen hun lemen huizen uit. Ze kijken demilitairen
niet aan. Ook de man die bij een vorig bezoek nog zo vriendelijk thee kwam brengen, keurt de mariniers
dit keer geen blik waardig. Toch is de sfeer bij de mariniers ontspannen. Ze zetten hun helmen
af en smeren crackers als ontbijt. Met de verrekijker is goed te zien hoe hun collega’s verderop
voorbijgaande auto’s aanhouden en doorzoeken. Twee uur later komt er over de radio van kapitein der mariniers
Stefan een bericht binnen van de Talibaan. „De Mujahedeen hebben drie groepen coalition forces
waargenomen. Ze zeggen: „Er is werk aan de winkel”. Korporaal Jan-Willem verbreekt de stilte. „Zo gaat het vaker. Negen van tien keer gebeurt er verder n i e t s. ” Kapitein Stefan: „Misschien is het een vertaalfout en hebben de Talibaan gezegd: ‘We zien drie groepen militairen,maar we gaan gewoon door met werken
aan de winkel.’” De mariniers lachen hard. Ik ook, en de spanning slinkt. Intussen, vlak onder ons in de
vallei, loopt een man in een zwart gewaad heen en weer. Hij belt met een gsm en verdwijnt dan tussen
de bomen. Twee andere mannen gaan langs deuren van huizen. Hun onwaarschijnlijk perfect witte
gewaden steken af tegen de stoffige straatjes. Ze overhandigen een enveloppe, en gaan verder naar
een volgende deur. De bevolking kijkt toe. De Afghanen trekken weg van de velden. Is het soms te warm?
Ook drie vrouwen in burka verlaten de huizen en lopen met kinderen op de arm het dorp uit. En dan
opeens het geluid van automatisch - geweervuur. De Apache-helikopters verschijnen. De piloten zien de mannen
ook lopen. Maar opnieuw mag er niet geschoten worden: er is een kans – hoe klein ook – dat dit toch
burgers zijn en de strategie gebiedt het vermijden van burgerslachtoffers. De Talibaan lopen terug
naar het dorpje Kakarak, waar ze zich helemaal onzichtbaar wanen tussen de bevolking.
De Apaches blijven in de lucht hangen en jagen zo de strijders weg. De militairen verzamelen op
de heuvel en zetten de terugtocht in naar de post-Tabar. Er is niemand gewond geraakt.
„Het was echt centimeterwerk”, concludeert Jan-Willem opgelucht. De mariniers hangen hun
rugzakken om en lopen de paar kilometer terug. Als de laatste man Tabar binnenkomt, vallen de mariniers elkaar
in de bezwete armen. Opluchting en euforie maken zich meester van het kamp. Het resultaat
van de actie: vijfendertig Afghanen zijn gefouilleerd. En er is één oud, gebruikt munitieblik gevonden. 

 

postheadericon Afghaanse herdertjes overbluffen militairen

AddThis Social Bookmark Button

Tijdens de werkzaamheden van de Nederlandse militairen in de Afghaanse provincie Uruzgan komen zij regelmatig in contact met vooral kinderen. Opvolgend pelotonscommandant Rob (39) uit Venlo beschrijft hoe die kinderen af en toe net circusartiesten zijn.

Het zweet druppelt langzaam langs m'n rug naar beneden. Ik voel dat het under-armourshirt wat ik draag, natter en natter wordt. Het is intussen zo vanzelfsprekend geworden, dat ik me er niet eens meer druk om maak. Af en toe je borstkast opzetten zorgt voor wat ruimte tussen m'n torso en het kogelwerendvest. Daar kan dan een zuchtje wind voor heerlijke verkoeling zorgen. Het is nog vroeg in de ochtend, maar toch doet de koperen ploert aardig z'n best om ons een warm gevoel te geven. Te goed moet ik zeggen. Heel af en toe rolt er ook een druppeltje zweet langs m'n wenkbrauwen en komt in m'n oog terecht. Lekker, zeg. Ondanks de borstels boven m'n ogen, die doen denken aan die van Ruud Lubbers. Toch moet ik me, ondanks de hitte, concentreren op de omgeving voor me. Er is een patrouille van ons te voet het gebied in gegaan. De voertuigen zijn achtergebleven. We hebben ze zo neergezet, dat we vanuit die positie maximaal kunnen steunen, indien nodig. Met de bewapening die we aan boord hebben kunnen we het de vijand zo moeilijk maken, dat ze eigenlijk geen schijn van kans maken.
Tom is met een aantal personen de “green” in. Op zoek naar Maleks om mee te praten. Ik ben met het overige personeel op de “overwatch” om de nodige steun te kunnen verlenen, de omgeving in de gaten te houden en dat door te spelen richting Tom en contact te houden met de base. Natuurlijk doe ik dat niet allemaal alleen. Meestal is de bemanning van het voertuig waar ik in zit ook “de sjaak” en bemanning van achtergelaten voertuigen. Iedereen wil natuurlijk mee de “green” in. Dat is het mooiste. Daar kom je vaak het beste in contact met de bevolking. Maar ook op de overwatch leggen we regelmatig contact met de bevolking. Het zijn meestal de kinderen uit de directe omgeving die dan naar ons toe komen rennen. Als we geluk hebben is er een tolk bij ons, die het gemakkelijk maakt om met ze te praten. Vaak is dat op de overwatch niet het geval. Dan wordt het leuk. Ondertussen ken ik wel wat woorden waarmee ik de meest basale dingen duidelijk kan maken. En wat opvalt is, dat die kleine koters heel snel Nederlands spreken…. Hahaha.. nou ja, een papagaai zou er in ieder geval jaloers op zijn. Het eerste wat ze van Cas te leren krijgen is: “Oude pomp, Hillegom”. Iets wat ze snel onder de knie krijgen. Of “allesj ghoet, in Deh Rawod”. Dat is er een die het al jaren goed doet, denk ik. Het levert hilarische gesprekken op. Als ze merken dat je wat woordjes Pashto spreekt, branden ze meteen los. Niet snappende, dat je er geen snars van verstaat. Maar de taal van handen en voeten is universeel en kom je een heel eind mee. En soms hoeft het niet eens dat je elkaar verstaat.
 
Daar gaat ons ego...
“Sergeant, moet je eens kijken wat deze kan…”. Het zijn soms net circusartiesten. Cas heeft contact gelegd met twee schaapsherdertjes. De jochies zijn amper acht en hoeden wel twintig schapen. Ineens, uit het niets, staan ze naast ons voertuig. Als een van de schapen te ver van de kudde is, pakt de jongste een steen op en gooit, zonder blikken of blozen, de steen op zo'n veertig meter afstand precies voor het schaap. We zijn allemaal even stil… (tuurlijk niet, maar het was wel indrukwekkend) Cas en ik kijken elkaar even aan en voelen allebei op hetzelfde moment de competitiedrang in ons opborrelen. “Uh, dat was wel heel erg ver, hè?” Even slaat de twijfel bij me toe. Het zal toch niet zo zijn, dat een jongetje van acht ons even “te kakken gaat zetten”? Vol goede moed raap ik een steen op en gooi hem met alle macht het voorterrein in. Tot mijn grote schrik….. haal ik het maar amper. Je zou het zelfs ter discussie kunnen stellen of ik niet verloren zou hebben. Ik zie een grote grijns op Cas's gezicht verschijnen. Het is zijn beurt. Met een ferme zwaai slingert hij het kleinood van zich af….. De spanning stijgt…. Hahahaha.. ook hij haalt het maar net. Het jochie heeft door waar wij op uit zijn, pakt nog even een steen en gooit heel nonchalant even een paar meter verder dan wij net gedaan hebben. “KRAK!!!”, daar gaat ons ego. We troosten elkaar met de gedachte, dat dit jongetje al z'n hele leven stenen gooit en wij net vers uit Nederland zijn overkomen waaien en daardoor minder ervaren zijn. Het tweede mannetje komt zich er ook even mee bemoeien en gooit eveneens zonder blikken of blozen even ver als z'n “collega”. Lekker, effe zout in de wonden strooien. En bedankt! Het was toch al duidelijk? Ahum… het was al erg, maar de vernedering is nog veel groter als blijkt dat dit jochie last heeft van z'n rechterhand en dus eigenlijk met z'n mindere hand bezig was. We zijn met stomheid geslagen. Om snel van onderwerp te veranderen en daarmee ons verlies te camoufleren (camoufleren is per slot van rekening iets waar militairen wel goed in zijn.. ) begin ik over de hand van het tweede jongetje. “Barkiri?”(pijn?) vraag ik op m'n beste Pashto. Hij knikt instemmend. Om op mijn beurt indruk op hem te maken, stel ik hem wat medische vragen, ter controle van eventueel functieverlies. Het lijkt op een fikse kneuzing van z'n middenhandsbeentjes. Voor zover als ik het natuurlijk kan beoordelen. Tijd voor Dokter Len! Len onze steun en toeverlaat staat een eindje verderop. Met handen en voeten maak ik duidelijk dat hij naar hem toe moet gaan om het daar nog eens goed te laten beoordelen. Het lukt. Hij snapt het en neemt z'n “collega” en de twintig schapen mee. Twintig minuten later duikt het duo weer voor ons op, met netjes een hand en pols ingezwachteld. Geweldig! De jochies zijn enthousiast.
Een aantal dagen later kom ik hem weer tegen, de jongen met de ingezwachtelde hand. Nu is hij alleen, zonder z'n “collega” maar wel met de schapen. Eerst herken ik ‘em niet, maar al snel schiet het bij me binnen. Hij gebaart me om naar hem toe te komen. We staan namelijk achter een soort van prikkeldraad. Als ik bij hem ben geeft hij me een soort komkommer. “Dehramannana” (hartelijk dank) en ik neem de komkommer aan. Waarschijnlijk geeft hij me nu z'n lunch. Het is de Afghaanse gastvrijheid. Al is het het laatste wat je hebt, je geeft je gasten altijd iets te eten of drinken. Eigenlijk voel ik me bezwaard. Normaal gesproken geven we niets van eten of drinken aan de lokale bevolking. Het voorkomt dat ze onze patrouilles bestoken met bedelen en eventueel kinderen onder de voertuigen zouden kunnen raken als we voorbij rijden. Zie het net als veel carnavalsverenigingen doen met de optocht. Een beetje Limburgse tradities in Afghanistan. Ahum… Maar ik krijg het niet over m'n hart, dat ik nu waarschijnlijk z'n lunch heb. Hup, voor deze ene keer dan. Al teruglopend naar m'n bak (voertuig) vraag ik Cas of hij me een flesje water wil pakken voor het jongetje. Tegelijkertijd, als ik bij de bak ben, haal ik wat crackers uit een rantsoen. Verrast en glunderend neemt het jochie het aan. Eenmaal terug op m'n positie gebaren we nog wat naar elkaar. Hij vindt het lekker. De glimlach is niet van z'n gezicht te krijgen…..

Kinderen zijn belangrijk
Op sommige locaties komen we wat vaker. Het is dan leuk om te zien, dat de kinderen je gaan herkenen en andersom. Je zou bijna zeggen dat het een soort band schept. In mijn ogen zijn die kinderen heel belangrijk. Ten eerste zijn kinderen vaak de onschuld zelve. Groeien met iets op en weten eigenlijk niet beter. Zij kunnen niets aan de situatie in hun omgeving doen. Daarnaast weet ik zelf nog wel goed, toen ik zo jong was, hoe interessant het was toen er militairen de Maas overstaken met YPR'n (onze pantservoertuigen). Geweldig, ik mocht eens een keer naar binnen kijken. Nooit meer vergeten. Zo zullen deze knaapjes dat waarschijnlijk ook wel beleven. Naast dat sentimentele is er ook iets functioneels. Als er geen kinderen op ons af komen, betekent dat meestal dat er iets niet in de haak is. Vaak is het een teken, dat ze van hun ouders niet met ons mogen omgaan. En dat kan om verschillende redenen zijn. Ze zijn ook een ingang voor ons richting hun ouders. Als ze met leuke verhalen thuiskomen en vertellen over de grappige en leuke dingen die ze met ons meemaken is dat weer een positief verhaal over ISAF in een Afghaanse quala. Maar boven alles staat, dat het gewoon leuk is om met die kinderen grappige taferelen te bouwen. De jongens uit ons peloton zijn daar heel creatief in. Het maakt het zweet over m'n rug, voor mij in ieder geval, meer dan goed…..
 
 
Meer artikelen...