Home Regiment In Memoriam IM 2010-01-29 In Memoriam: LKol. bd G. Edens

PostHeaderIcon 2010-01-29 In Memoriam: LKol. bd G. Edens

Vrijdag 29 januari is in zijn geliefde Paramaribo, Suriname, op 66-jarige leeftijd na een ziekbed overleden 

Luitenant-kolonel bd  Gilo Edens

Overste Gilo Edens heeft in de jaren 1969-1971 gediend als luitenant bij 42 BLJ in Seedorf.

In latere jaren heeft hij eveneens in Seedorf het commando gevoerd over de StafStaf Compagnie van de 41e Brigade

Overste Edens was een bijzondere collega, zocht avontuur, te onrustig voor het reguliere KL leven.

Hij heeft zijn geluk en rust gevonden in “zijn” Suriname.

Namens bestuur Stichting RLJ
N.C.S, Vroom
Luitenant- kolonel bd  RLJ voorzitter Stichting 

Ik heb Gilo meegemaakt als plaatsvervanger van de B-Cie 42 BLJ. Eerst drie maanden onder Jan de Kleyn en tijdens de eerste compagnie van Piet Pluimert (minus de maanden dat ik in de Harskamp was als commandant schietteam Prix Leclerck). In die periode (1971-1973) van alles meegemaakt en een paar anekdotes in mijn boek verwerkt. Gilo was een kleurrijk figuur, een troepenman en een geweldige kameraad.
Omdat hij graag mensen om zich heen wilde hebben, trok hij als plaatsvervanger alle chauffeurs en boordschutters aan zich, om gecentraliseerd onder zijn leiding voortdurend aan de AMXen te sleutelen. In de weekend break tijdens oefeningen zat hij als een godfather omringd door monteurs en chauffeurs, in de plaatselijke kroeg. Daar genoot hij van. Maar ook de mannen mochten hem graag. Niet omdat zij bang voor hem waren, maar omdat ze hem vertrouwden. Je moest niet aan het COG of de chauffeurs komen, want dan had je het met Gilo te doen.
Wat me ook altijd bij zal blijven is een krantlezende Gilo gezeten op de achterbank van zijn Peugeot (zwart met donkergroen dak), met een van de AMX chauffeur achter het stuur die hem netjes bij de officiersmess afzette, om hem later weer keurig netjes op te halen. Gilo had nooit een probleem om een vrijwilliger te vinden voor de chauffeursrol om hem als generaal rond te rijden. En in een tijd dat veel collega’s onder invloed brokken maakten, was dit geen slechte oplossing!
Bij de stoters (1976) kwam ik Gilo weer tegen. Hij commandeerde toen de B-Cie. Dat ‘oudere jaars’-zijn gold niet alleen voor Gilo, maar ook voor zijn compagnie. Omdat zijn soldaten de oudste lichting waren, moest ik tijdens een schietserie met mijn boordschutters, van een jongere lichting, de boordwapens van zijn voertuigen onderhouden! Ik heb dat gedaan, omdat zijn plaatsvervanger met de pelotonscommandanten nog in functie waren op een schietbaan. Het bataljon (PBC en later de S4) kwam hier echter achter en dat heeft Gilo, als super jongerejaars van de BC, geweten.
Bij het bataljon deed het verhaal de ronde dat Gilo de tactiek overliet aan zijn boordschutter en dat deze boordschutter bepaalde of de compagnie linksom of rechtsom moest aanvallen! Het kan best zijn dat Gilo niet zo dol was op tactiek en liever een functie had waar je toonbaar werkelijke resultaten kon laten zien, maar een tactische oplossing uitanalyseren kon hij wel degelijk. Ik denk dan ook, dat het in dit speciale geval niet uitmaakte over welke flank moest worden aangevallen. Maar het gerucht, dat zijn boordschutter de bvt maakte, deed wel veel stof opwaaien.
Tijdens de B-cursus (1985) zaten we te kijken naar de finale Liverpool tegen Juventus, want Gilo was een geweldige liefhebber van voetbal. Toen tijdens de wedstrijd duidelijk werd dat er veel mensen waren omgekomen, stapte Gilo op. Hij vond het schandalig dat deze wedstrijd werd voortgezet. Want zo was Gilo ook. Een ruwe bolster met een zachte, beschaafde pit.

Na de cursus ben ik Gilo niet meer tegengekomen. De laatste maal dat ik wat van hem zag, was de clip op het internet over zijn boekpresentatie. Als Gilo tevreden was bewoog hij zijn tong met gesloten mond naar de rechter of linker mondhoek en speelde vervolgens met zijn vingers aan de uiteinden van zijn snor. Dat deed hij in Seedorf al en nu zag ik dat weer. Hij had een boek geschreven en, geloof me, dat is een prestatie en dat liet hij ook zien. Zelf gaf hij aan dat dit boek (‘De grenzen van een soldatenleven’) een eyeopener was. Dat geloof ik graag, want het ‘beest’, de levensgenieter, de zeer luide, was voor menigeen ook een eyeopener. We zullen zonder hem moeten doorgaan, maar de vele anekdotes blijven.

Ik wens zijn vrouw Soeki en alle familieleden sterkte bij het verwerken van dit verlies en dat de vele en dierbare herinneringen hen kracht geven.

lkol Drievoet