Home VVRLJ Veteranen Beleid RLJ

Beleid Regiment Limburgse Jagers aangaande haar veteranen

AddThis Social Bookmark Button

BELEID REGIMENT LIMBURGSE JAGERS AANGAANDE HAAR VETERANEN

 

Inhoud:

  1. Inleiding
  2. Geschiedenis
  3. Veteraan
  4. De persoonlijke keerzijde van missies
  5. Weer civiel
  6. Individuele uitzendingen
  7. Veteranen en het Regiment
  8. GORK KL
  9. Stichting Veteranen Platform

 

1. Inleiding

In deze beleidsnotitie wil het Regiment Limburgse Jagers aangeven hoe zij de belangen van haar veteranen wil behartigen, zowel degenen die in de volksmond “Oude Veteranen” genoemd worden als wel de “Jonge Veteranen”. Hoewel woorden als “Eerste en Tweede generatie Veteranen” minder duidend zijn en dus gepaster, hanteren wij de gangbare terminologie om geen verwarring te zaaien.

 

2. Geschiedenis

De “Oude Veteranen”, die voortkwamen uit WO II (1940-1950), de strijd in Nederlands-Indie (1945-1949), de Koreaoorlog (1950-1953) en het Nieuw-Guineaconflict (1957-1962) zijn jarenlang niet gezien door de Nederlandse overheid, noch door de oud werkgever Defensie, noch door de samenleving.

Eerst toen deze veteranen de leeftijd bereikten van 50 – 60 jaar hebben zij zich verenigd (er is een oerwoud ontstaan van allerlei belangengroep(jes)en en kwamen zij op voor hun belangen. Dat gebeurde uiteindelijk onder de paralui van het Veteranen Platform. Moeizaam heeft deze belangenbehartiging ertoe geleid dat is er in de loop der jaren zorgsystemen en regelingen voor veteranen tot stand zijn gekomen.

Thans is er een klimaat waarin de Tweede Kamer zelfs eist dat er een Veteranenwet moet komen.

Ons Regiment heeft met betrekking tot onze Oude Veteranen altijd faciliterend opgetreden voor de Reüniecommissies/besturen van de Stamregimenten en haar onderdelen, waar het huidige Regiment Limburgse Jagers de opdracht heeft om hun tradities te handhaven, voort te zetten en uit te dragen. (bijlage 1)

Nu de leeftijd van de Oude Veteranen hen steeds minder de mogelijkheid geeft om activiteiten te organiseren heeft het Regiment hen aangeboden dat op hun wens te doen. Sommige Reüniecommissies zien, gelet op hun ouderdom, echter geheel af van het organiseren van activiteiten.

Bij alle officiële gebeurtenissen van het Regiment en van 42 BLJ, dat thans het enige actieve onderdeel vormt van het Regiment, worden Veteranen uitgenodigd aanwezig te zijn.

 

3. Veteraan

Wanneer iemand zich veteraan kan/mag noemen is overduidelijk vastgelegd. Maar het veteraan zijn impliceert meer dan alleen maar de titel. De inzet die hij of zij heeft gemanifesteerd heeft aspecten die uniek zijn:

  • Gevaar voor eigen leven en voor het leven van je collega’s
  • Maandenlange continue inzet
  • Zware druk op het thuisfront
  • Chaos, onoverzichtelijkheid
  • Zware klimatologische en terreinomstandigheden
  • Slechts kunnen beschikken over alleen de basale eerste levensbehoeften

Samenvattend, de militair treedt op voor de Nederlandse samenleving daar waar andere overheidsdiensten niet meer kunnen, willen, durven of mogen optreden!

 

Iemand die een uitzending heeft meegemaakt is veranderd door de ervaringen en de duur van de missie, bovendien is de omgeving waarin hij/zij terug komt ook veranderd zonder dat hij/zij daarbij was. Haalt hij/zij of het thuisfront die veranderingen nog ooit in?

Hij/zij heeft dingen meegemaakt die voor de rest van zijn/haar leven invloed zullen hebben positief of negatief.

 

4. De persoonlijke keerzijde zijde van missies

Hoewel naar schattingen slecht een klein deel van uitgezonden militairen uitzend gerelateerde klachten heeft, is de ernst niet minder en moet alles in het werk gesteld worden om optimale zorg te bieden.

Zolang de missieganger nog een dienstverband heeft met Defensie, is het de werkgever die die zorg moet bieden. Is het de militaire omgeving die moet toezien of het de collega goed gaat. Maar zodra het dienstverband is verbroken en de gewezen militair de status krijgt van veteraan moet hij/zij of zijn civiele omgeving ontdekken of er uitzend gerelateerde klachten zijn.

Overzicht probleemgebieden:

 

Probleem

Persoonlijk gevolg

Thuisfront gevolg

Acties Defensie

 

 

 

 

Overlijden

 

Gemis dierbare

Uitvaartdienst

Nazorg

Lichamelijk letsel met genezing

Herstel periode

Onbevangenheid kwijtgeraakt

Angst voor herhaling

Psychische nood

Zorg

Komt het wel goed

Medische inzet

Revalidatie inzet

Psychische hulp

Sociale ondersteuning

Blijvend lichamelijk letsel

Blijvend invalide

Hoe moet het verder met mijn leven

Psychische nood

Levenslange hulp nodig

Kan ik leven met de veranderde situatie

Hoe moet ons leven nu worden ingericht

Psychische nood

Medische inzet

Revalidatie inzet

Psychische hulp

Sociale ondersteuning

Vormen van PTSS

Psychische nood

Hoe kan ik leven in deze wereld

Een ander mens geworden

Psychische nood

Psychische hulp

Sociale ondersteuning

Combinaties

 

 

 

 

 

Wanneer de betrokkene in het door Defensie opgezette zorgcircuit komt dan krijgt hij/zij de optimale behandeling die er in Nederland bestaat. Betreft het een lichamelijk letsel dan is het vrijwel zeker dat hij/zij in behandeling komt. Echter in het geval van PTSS is het probleem groter dat het niet (tijdig) onderkend wordt. Een groot probleem is dat hij/zij zelf en zijn omgeving de signalen niet (tijdig) onderkent en hulp zoekt (wil zoeken). Dit laatste is in belangrijkere mate van toepassing als betrokkene geen dienstverband meer heeft met Defensie.

 

Het Regiment geeft aandacht aan het thuisfront van gesneuvelde militairen en aan veteranen en hun omgeving die blijvende kwetsuren hebben overgehouden aan hun uitzending.

Binnen Regiment of het Bataljon dient een cel geformeerd worden bemand met militairen met uitzendervaring van het Bataljon en veteranen, die namens Regiment en Bataljon bedoelde contacten onderhouden. Op die wijze wordt voorkomen dat door de frequente functie wijzigingen het contact met de doelgroep en de eenheid verwatert en wordt de sociale ondersteuning gewaarborgd. Het Bataljon onderhoud daartoe een database waar alle gegevens (overigens vertrouwelijk) worden bijgehouden.

Het Regiment heeft behoefte aan een “Voorschrift” “herkenning PTSS voor leken”, ten einde bij het Regiment als bij het thuisfront meer kennis te krijgen over dit onderwerp in huis te hebben.

Het Regiment heeft bij het Veteranen Instituut geagendeerd dat er een onderzoek moet komen of en in welke mate er bij militairen die uitgezonden geweest zijn, meer relatieproblemen (scheiding van relaties) voorkomen dan bij de gemiddelde Nederlander.

 

 

5. Weer civiel

Vele missie - gangers, zeker in de rangen van soldaat en korporaal, verlaten Defensie lang voordat zij de FLO-leeftijd bereiken. Ze bouwen een civiele loopbaan op, stichten een gezin, kopen een huis en zijn actief in het verenigingsleven. Door de druk om dat allemaal na de militaire loopbaan te realiseren is hun denken niet bezig met hun militair verleden. Pas later en we zagen dat ook bij met name de Indië – gangers, als de leeftijd van 50 tot 60 in het zicht komt de belangstelling weer terug voor hun verleden als uitgezonden militair.

Ook bij het Regiment merken, ondanks de uitnodigingen die door de Regimentscommandant worden verstuurd, dat de echte jonge veteranen thans geen belangstelling tonen. De band die wij denken met hun te hebben is tot op heden eenzijdig.

 

 

6. Individuele uitzendingen

Vele Limburgse Jagers zijn en worden uitgezonden op Individuele Uitzendingen. Tot op heden is alleen de Luchtmacht actief om aan deze groep, die van huis uit geen groep is, aandacht te besteden.

 

Het Regiment heeft al initiatief genomen om deze problematiek in het GORK KL aan de orde te stellen.

8. Veteranen en het Regiment

Om binnen het Regiment succesvol met onze veteranen om te gaan dienen er een aantal uitgangspunten te worden geformuleerd langs welke organisatorische weg wij de veteraan en de toekomstige veteraan kunnen bereiken en binden.

  • De veteraan wil zijn verhaal kwijt.
  • Je verhaal kwijt kunnen kan alleen bij iemand die dezelfde beleving heeft gehad, iemand die niet alleen begripvol knikt en zegt dat hij/zij het snapt, maar iemand die invoelt en herkent.
  • Het moet dicht bij zijn, dat wil zeggen: buddy, groep, peloton, compagnie, bataljon, Regiment. Regiment en bataljon zijn in feite al ver weg van de individuele militair, die als soldaat of korporaal zijn plicht heeft gedaan.
  • De herkenbaarheid, om aan welke activiteit ook deel te nemen moet dus in de omgeving liggen waar de veteraan als militair in gefunctioneerd heeft. Een uitnodiging voor een activiteit door het Regiment is dus minder geslaagd en leidt niet tot deelneming ten opzichte van een uitnodiging van zijn voormalige compagnies- of pelotoncommandant.
  • Uitnodigingsbeleid moet er van uitgaan dat de huidige Jonge Veteraan generatie in een andere thuis omgevingsfactor is uitgezonden dan de Oude Veteranen generatie. Vroeger een begeleider, nu het hele gezin met pa en ma en bij wijze van spreke ook de hond daar nog bij.
  • De behoefte aan verhalen kwijt kunnen, naast de eerste episode wanneer hij nog in dienst is van Defensie, komt zo is de ervaring met de eerste generatie veteranen, pas wanneer de betrokkene de 50 heeft bereikt. Kortom wanneer hij of zij een belangrijk gedeelte van zijn/haar werkzame leven achter de rug heeft.
  • De verdeeldheid in veteranenland bij de Oude Veteranen generatie moet ons leren dat het directe organiseren (dus bij wijze van spreken al voor de uitzending) van groot belang is. GORK KL (Gemeenschappelijk Overleg Regimenten en Korpsen Koninklijke Landmacht) is op dit gebied in ieder geval een instrument om lijn te brengen in “Pre” veteranenland van de KL.

 

Als we voorstaande in acht nemen moeten we een aantal conclusies trekken:

  • Dat er geen echte response is bij oproepen vanuit het Regiment cq Bataljon om jonge veteranen in beweging te krijgen moet ons niet verbazen.
  • De organisatie van reünies en dergelijke zal, wat uiterlijk vertoon betreft, moeten liggen bij organisaties/mensen die dicht zitten in de buurt van het verleden van de veteraan.
  • Het Regiment moet daarbij alleen op allerlei manieren dienstbaar faciliterend actief in zijn.

 

Wat gaat / moet het Regiment doen en stimuleren:

  • Vormen van Missieverbanden op het niveau van compagnieën.
  • De vroegtijdige registratie van deelnemers aan missies en wel op het moment van uitzending en deze bestanden zorgvuldig bewaren apart van het site bestand. (bijlage 2)
  • Het benoemen van personen op het moment van uitzending die ook later aanspreekbaar zijn voor de organisatie van het Missieverband (ook reserves)
  • Database opzetten van gesneuvelden en hun nabestaanden.
  • Database opzetten van militairen die blijvende kwetsuren hebben opgelopen.
  • Voor de Missies in het verleden deze zaken alsnog met terugwerkende kracht uitvoeren.
  • Luisteren naar de achterban hoe zij invulling willen zien van reünies en dergelijke.
  • De machtigingen van het Veteranen Instituut als Regiment voor al onze missies te laten registeren.

 

7. Het GORK KL

Binnen het GORK KL hebben alle Regimenten en Korpsen zich verenigd om een aantal  doelstellingen te realiseren.

  • Veteranenland is een lapjesdeken van vele belangen groepen en groepjes. Het GROK KL stelt zich tot doel om wat dat betreft het binnen de Landmacht gestructureerd te doen en beter georganiseerd te zijn.
  • Het GORK KL is dan ook een middel om op een gelijke lijn met de collegae te komen en daar in vertegenwoordiging ook sterk te staan.
  • Het GORK KL kan ook een kenniscentrum worden voor verenigingen en stichtingen die zich tot doel stellen om de belangen van veteranen te behartigen.
  • Daar waar verenigingen en stichtingen van Regimenten en Korpsen met de Regimenten en Korpsen praten over veteranenzaken en daar facilitaire ondersteuning aan geven, wil het GORK KL CLAS als gesprekspartner hebben.

Zo ontstaat er een drieluik:

In ons geval:

  1. SRLJ heeft overleg met Commandant Regiment Limburgse Jagers
  2. GORK KL heeft overleg met Commandant Land Strijdkrachten
  3. Veteranen Platform overlegd met de Staatssecretaris

Zo ontstaat er een harmonische overlegstructuur

 

8. Stichting Veteranen Platform (VP)

In deze stichting hebben alle belangenbehartiger zitting in de vorm van verenigingen of stichtingen. Tot voor kort overbemand met belangenbehartigers van de Oude Veteranen, maar sinds de oprichting van het GORK KL met steeds meer met verenigingen en stichtingen die ook de Jonge Veteranen in hun vaandel hebben staan. Thans is de grote uitdaging voor het VP de balans tussen Oud en Jong te vinden en omdat er tussen de Oude en Jonge garde een behoorlijke tijdskloof zit, een beleid voor jonge veteranen te ontwikkelen om die de tijdskloof kan overbruggen. Het mag toch niet gebeuren dat als onze Jonge Veteranen de leeftijd hebben bereikt van 50 – 60 jaar er opnieuw gevochten moet worden voor een veteranenbeleid en de bijbehorende facilitering.

 

 

Tot slot

Limburgse Jagers zijn prominent in missies aanwezig (bijlage 3), laten we ook prominent in Veteranenland zijn.