Wie is Cees v.d. Ploeg?


(Tekst+foto: LKol C. v.d. Ploeg)


 
Albert-Jan, de website beheerder van ‘limburgsejagers.nl’ vroeg mij om de lezers van mijn nieuwsbrieven uit Sarajevo met een inleiding mezelf voor te stellen aan de lezerkring. Wel................

Mijn naam is Cees van der Ploeg en ik ben luitenant-kolonel der Limburgse Jagers en voor negen maanden als VN-er uitgezonden naar Sarajevo. Maar eerst wat over de missie waar ik mijn bijdrage aan mag leveren.
Het merendeel van de Nederlandse militairen die zich op de Balkan bevinden is ingezet als SFOR troepen. Er zijn echter nog een paar meer missie op de Balkan waaraan Nederlandse militairen hun bijdragen leveren. Ik noem de EUMM in het voormalige Yugoslavie, de EUMM in Albanië, de EUPM in Bosnië-Herzegovina en de missie waar ondergetekende deel van uit maakt. Dat is BHMAC of te wel ‘Bosnia Herzegovina Mine Action Centre’. Tot voor kort namen we ook deel aan de OSCE in Albanië.
Bij het afsluiten van het Dayton accoord in eind 1995 werd bepaald dat, de voormalig strijdende partijen in Bosnië-Herzegovina, binnen 45 dagen de mijnen die zij gelegd hadden gedurende de oorlog moesten ruimen. Zo kon je zien dat de mensen aan de onderhandelings tafel geen flauw benul hadden van de werkelijkheid. Hoe is het in hemelsnaam mogelijk om circa 1 miljoen mijnen, die zonder ze in kaart te brengen gelegd waren, in die korte tijd te ruimen. Zo ontstonden dan ook na de oorlog diverse organisaties die zich met ontmijnen bezig hielden. Sinds maart 2002 is dit allemaal samengesmolten tot een organisatie te weten BHMAC. Deze organisatie is verantwoordelijk voor het kwalitatieve en kwantitatieve bewaking van het ontmijnen volgens de ontmijningsstandaard van de Verenigde Naties. Dat betekent het in kaart brengen van de daadwerkelijke mijnenvelden, controle op de procedures bij het ontmijnen en na het ontmijnen de velden steekproefsgewijs controleren. Controle houdt ook in het toezicht houden dat bekwaam personeel wordt ingezet als mede bijvoorbeeld de controle van de honden die explosieven moeten opsporen. Ook kan er besloten worden om een mijnenveld niet te ontmijnen maar alleen maar af te zetten zodat niemand er zo maar in kan lopen.
De BHMAC-organisatie bestaat uit 160 burger medewerkers verdeeld over heel Bosnië-Herzegovina met een centraal kantoor in Sarajevo. De leiding van de organisatie is samengesteld uit de verschillende identiteiten, wat nogal een probleem geeft in de samenwerking en dus de voortgang van de werkzaamheden. De salarissen van de medewerkers wordt momenteel betaalt (al zes maanden niet dit jaar!) door de regering. De organisatie kosten worden gefinancierd door de UNDP United Nations Development Program. De civiele bedrijven, die ingehuurd worden voor het ontmijnen zelf, worden bekostigd door de donorlanden, waaronder Nederland.
Bij de organisatie zijn drie adviseur werkzaam; twee daarvan zijn in dienst van de Verenigde Naties en de Nederlandse Landmacht levert een adviseur op basis van uitzending.
Hoe het lot in deze op mij is gevallen weet ik niet en vind ik ook eigenlijk niet belangrijk. Veel belangrijker vond ik het dat ik deze klus voor negen maanden mocht gaan doen. En dat op zich is best uitzonderlijk situatie immers: Ik ben reservist en voor deze uitzending opgeroepen, mijn lichting is 67/5 en dus, zoals dat bij de beroepscollegae genoemd zou worden, al ver boven de FLO-leeftijd en dan ook nog de enige blauwhelm die er op de Balkan rondloopt.
Zoals al gezegd ben ik in september 1967 voor mijn nummer opgekomen in Ermelo bij de School Reserve Officieren Infanterie en na de opleiding bij 43ste Chasse als commandant van een zwaar mortier peloton geplaatst. Aan het eind van mijn diensttijd, waar ik het overigens ontzettend naar mijn zin had werd mij gevraagd om aan te blijven als beroeps. De mogelijkheden toen waren echter gelimiteerd, je kon nooit verder komen dan majoor of je moest je zwaar bevochten luitenantsster inleveren en als rekruut naar de KMA. Beide opties stonden mij niet echt aan en ik besloot toen de burger maatschappij in te gaan. Ik ben gaan werken en 6 jaar lang in de avonduren en in de weekends studeren voor personeels- en organisatiemanagement Achtereenvolgens heb ik gewerkt bij Nestle, VNU, Ahold en JanssenPers.
Al snel na mijn klein verlof kreeg ik van defensie een oproep voor het volgen van een TLV cursus en dat leidde ertoe dat ik in een territoriaal bataljon plaatsvervangend compagnie commandant werd bij Ost-cie. Toen ik bevorderd werd tot kapitein kreeg ik de functie van toegevoegd kapitein op de sectie 3 bij de 12de Brigade waar ik tien jaar actief geweest ben en ongeveer drie keer per jaar opgeroepen werd om aan grote oefeningen deel te nemen. Die jaren bestonden mijn vakanties dan ook alleen maar uit het meegaan met de brigade, maar een prachtige tijd omdat ik inmiddels vaak meer afwist van de brigade dan de beroepscollegae die maar hooguit drie jaar geplaatst werden. Inmiddels was ik vanuit het westen verhuisd naar Limburg en het toeval wilde dat ik als Hoofd sectie 4 weer bij een territoriaal bataljon werd geplaatst dat zijn operatiegebied in het uiterste zuiden van Limburg had. De vergroeiing met Limburg kwam dan ook snel, want de toenmalige Commandant van het Regiment Limburgse Jagers, Nico Vroom, nodigde me uit om Limburgse Jager te worden toen het Regiment Chasse werd opgeheven. Momenteel is mijn functie Hoofd Liaison Groep bij de Commissaris van de Koningin in Limburg. Ik ben daar actief geweest gedurende de mond en klauwzeer crisis, bij het hoogwater begin van dit jaar in Noord-Limburg en bij het Host Nation Support, toen Amerikaans materieel onder andere via Venlo en Eijgelshoven naar de Rotterdamse haven moest worden begeleid. De eerste helft van 2002 ben ik een half jaar uitgezonden geweest naar Albanië als teamleader voor het team dat gestationeerd was in Kukes voor de EUMM, European Union Monitoring Mission. Weliswaar in primitieve omstandigheden maar een prachtige tijd met zeer goede herinneringen. Maar ook in deze uitzending zie ik weer de nodige uitdagingen en zullen me weer veel ervaringen geven.
Mijn echtgenote Ineke, ofschoon ze me liever thuis heeft, staat voor 100% achter mijn uitzending, dus daar is alle steun aanwezig.
Mijn leven heeft tot op heden dan ook, zoals jullie gelezen hebben, zich op en neer bewogen tussen mijn burgerbaan en defensie en de vrije tijd die er was ging dan vervolgens op aan mijn lidmaatschap van de Regimentsraad, mijn vice voorzitterschap van de Vereniging Infanterie Officieren Regio-Zuid en het voorzitterschap van de Koninklijk Vereniging Nederlandse Reserve Officieren. Sinds enkele jaren, ook ter voorbereiding als ik straks niet meer zou werken, ben ik samen met Ineke met veel plezier, aan het golfen. Dat lijkt een oudelullen sport maar daar kom je wel achter als je, aan dat ogenschijnlijk gemakkelijke balletje slaan, gaat beginnen. In omgeving van Sarajevo moet een 9 holes baan zijn en die zal ik voor dat ik hier weg ga zeker vinden.

Cees van der Ploeg