Generaal Tack is niet meer!


(Tekst: S. Derks)


Ik weet al dagen lang niet goed raad met mezelf.
 
Tijdens het laatste diner de corps, nauwelijks twee maanden geleden, spraken we met elkaar over de dood. We kwamen tot de conclusie dat die nu eenmaal niet was tegen te houden, het was immers een Hogere Macht die daarover besliste, maar we hoopten beide dat het een snel en abrupt einde zou mogen worden, zonder nadenken en zonder poespas. Zó maar, ineens “omvallen” en dat was het dan.
 
De meest gewaardeerde commandant, die ik in een toch redelijk lange diensttijd mocht dienen, misschien vergelijkbaar met de grote Antoni, is op zijn wenken bediend. Totaal onverwacht, inderdaad “zonder poespas” , is hij op weg gegaan naar de eeuwige jachtvelden. Alle Groten der Aarde treffen elkaar daar en filosoferen over het fenomeen “aarde” en over de mensheid waar ze zoveel wonderlijke en vooral uiteenlopende ervaringen mee hadden opgedaan.
 
De Generaal Nico Tack was een man uit één stuk, recht door zee, zonder franje. Een man waar vandaag op de website van ons aller Limburgse Jagers, een man uit de Seedorf-tijd, van zei : “het was iemand die alleen al door zijn verschijning respect afdwong”.
Ik leerde de toenmalige Overste Tack kennen bij het 42e Bataljon Limburgse Jagers in Seedorf.
 
Hij kwam nét terug van een missie met de Koningin naar een ver land.. Hij was immers Adjudant van Hare Majesteit. Over die tijd sprak hij nooit maar na een goed bestede zondag liet hij laat op de avond wel eens de benaming “de Majesteit” vallen. Hij was er apetrots op dat Prinses Beatrix peettante werd van zijn dochter Trix.
 
We stonden naast elkaar aan de bar toen op die avond van 27 april 1967 het nieuws kwam dat er een kroonprins was geboren. Hij ging extreem beheerst door het dak. Samen hebben we toen geregeld dat nog diezelfde avond de jonge officieren van het Bataljon met grote voorraad Oranjebitter naar de stad Zeven trokken om het grote feest te delen met de bewoners, Nederlander of Duitser. Sommigen waren de volgende ochtend verhinderd.
 
Onze Bataljonscommandant was onverstoorbaar. Ik heb het verhaal wel eens in kleine kring verteld maar het blijft onvergetelijk.
Het Bataljon had iedere morgen een Bataljonsappél. De Compagnieën marcheerden naar de appélplaats en wie in Seedorf diende weet hoe groot die afstand was. Met een zeer korte ceremonie werd het Bataljon present gemeld aan de BC. Alle vijf de Compagniescommandanten hadden een grote broer dood aan deze vertoning die alleen maar tijd kostte en in onze ogen overbodig was. Toch niet de eerste de beste officieren, ik noem maar Hovenier, Frinking, Lodders, Ansink.
 
We trokken de stoute schoenen aan en vroegen op een zaterdagmorgen belet bij de Overste Tack. Ik was de oudste in leeftijd en mocht het bal openen. De collega’s maakten het af en we waren er zeker van dat het appél zou worden afgeschaft. Nadat we alle vijf aan het woord waren geweest zei de Overste uiterst stoicijns maar overduidelijk “Het appél blijft gehandhaafd, had U nog wat ?” Staart tussen de benen ! Zijn besluitvorming was soms indrukwekkend helder en “to the point”.
 
Ik zal nooit vergeten dat hij op een avond in de mess tegen me zei “morgenvroeg neem jij de StafCie over van Tiede de Haan. ’s Morgens om zeven uur was na twee uur slaap de Commando-overdracht. Hij heeft zóveel beleefd in zijn lange leven, hij was enorm betrokken bij zijn kompanen , in welke situatie dan ook.. Hij sprak er bijna nooit over. Eén keer heeft hij me verteld over die verschrikkelijke nacht in Korea toen de Overste Den Ouden aan zijn zijde sneuvelde en hijzelf gewond raakte maar ook daarover sprak hij nuchter en zelfbewust.
 
De foto op de website is uitermate treffend voor de Overste Tack uit die tijd. Het glas in de hand, kaarsrecht overeind en met gezag.
Generaal Tack.
 
Zijn lieve echtgenote Finy kwam regelmatig naar Seedorf. Een enkele keer kwam ze zich ervan overtuigen of hij nog altijd zoveel rookte. Maar ook al had de Hofmeester zijn vingers met sinaasappelsap brandschoon gekregen dan was tóch het eerste wat ze zei “Tack, je hebt weer te veel gerookt”.
 
Het was een groot genoegen te mogen omgaan met deze geweldenaar!
 
Ik wens, samen met alle Limburgse Jagers, mevrouw Tack en de familie en het Regiment alle sterkte om het verlies van deze reus, deze geweldige vader, grootvader, officier, vriend te kunnen dragen.
 
Dat hij moge rusten in de geest zoals hij heeft geleefd!
 
Sjeng Derks, Limburgse Jager van Verdienste