De media en de Frederik Hendrik
Een overzicht van de berichtgeving van de regionale media.

(Bron: Dagblad "De Limburger", uitgave 30 november 2002)
(Tekst: Bernadette Dijk, Frans Hermans, Susan Jris, Twan Mientjes)

Studenten in kazerne Venlo


Door: Twan Mientjes
VENLO - Een zo groot mogelijk deel van de in 1913 gebouwde Frederik Hendrikkazerne in Blerick moet behouden blijven en dienst kunnen doen als huisvesting van studenten. Dat zegt de Venlose wethouder P. Stelder (CDA, Monumenten).

De kazerne gaat de komende maand dicht en een speciale werkgroep gaat namens de gemeente zoeken naar een nieuwe bestemming voor gebouwen en terrein. Volgens Stelder zal het niet makkelijk zijn een herbestemming te vinden. In de gemeenteraad is eerder een mix van woningbouw, gemeentekantoren en een park voorgesteld. Stelder voegt daar nog studentenhuisvesting aan toe.
Defensie stoot binnenkort het kazernecomplex af. Alleen de marechaussee blijft er zitten. Acht kazernegebouwen, het exercitieterrein en de daaronder liggende restanten van het Fort Sint-Michel (1641) zijn aangewezen als rijksmonument. Het gebouwencomplex is eigendom van de overheid. Wanneer het Rijk en de provincie het complex niet willen gebruiken, is Venlo de eerste gegadigde.

Rijksmonumentenzorg spreekt van een architectuurhistorisch zeldzaam en gaaf complex met grote militair-geschiedkundige waarde.

Militairen na eeuwen weg uit Venlo

Met de sluiting van de Frederik Hendrikkazerne komt een einde aan een eeuwenlange militaire traditie in Venlo. Vanaf de zestiende eeuw waren in Venlo garnizoenen -van allerlei nationaliteiten gehuisvest.
 
VENLO - Zolang Venlo bestaat, is er behoefte geweest aan verdediging. In de stadsrekening van 1349 wordt al melding gemaakt van werkzaamheden aan de stadsmuur. Lang daarvoor zullen er al versterkingen geweest zijn, vermoedelijk aarden wallen en houten palissades. Misschien gaat de historie van de vesting Venlo zelfs terug tot Romeins Venlo, dat ook een versterkte nederzetting zal zijn geweest.
Rond 1350 telde Venlo al vier stadspoorten: de noordelijke Helpoort (later Gelderse Poort), de oostelijke Laarpoort (Keulse Poort), de zuidelijke Tegelpoort en de westelijke Maaspoort. Rond de stad lagen een dubbele gracht en een circa acht meter hoge bakstenen muur met 25 torens.

De middeleeuwse vestingstad wordt fraai weergegeven op de oudste plattegrond van Venlo, de kaart van Jacob van Deventer uit circa 1570. Venlo werd toen verdedigd door een klein aantal gewapende burgers. In tijden van nood werden grote groepen inwoners van wapens voorzien en de muren opgestuurd. Elk van de vier wijken waaruit Venlo toen bestond, moest daar een contingent mannen voor leveren. Om de kwetsbare Maaszijde van Venlo te versterken, werd begin zestiende eeuw een groot extra verdedigingswerk voor de Maaspoort gebouwd: het Steenen Bolwerck.

Rond 1450 is er al een verdedigingswerk op de westelijke Maasoever, achter veerhuis De Staay, op de plek van de huidige kazerne. De Spanjaarden vervingen dit waarschijnlijk uit aarde en hout opgetrokken fort in 1641-1643 door het stenen Fort Sint-Michiel, als onderdeel van een totale modernisering van de vestingwerken in de zeventiende eeuw. Rond Venlo werd een gordel van bolwerken en grachten aangelegd. De soldaten waren toen veelal bij de burgerij ingekwartierd. Enkele panden werden uitsluitend door militairen bevolkt, zoals het huis De Valk in de Jodenstraat.

Toen Venlo in de achttiende eeuw bij de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd gevoegd, werden drie nieuwe forten rond de stad gebouwd: Fort Ginkel (voor de Gelderse Poort), Fort Beerendonk (bij de Martinuskerk) en Fort Keulen (voor de Keulse Poort). De veertiende-eeuwse Tegelpoort, die aansloot op de Jodenstraat, werd vervangen door de Roermondse poort bij de Vleesstraat. De staat bouwde daarnaast belangrijke militaire gebouwen in de binnenstad: het Arsenaal, twee kruitmagazijnen - naast (!) de Martinuskerk en op het Helschriksel - en twee grote kazerneringsgebouwen (het Grote Blok en Kleine Blok) bij de Roermondse poort. De situering van de kruitmagazijnen midden in de stad en zelfs direct naast de hoofdkerk is naar huidige maatstaven op zijn zachtst gezegd merkwaardig. De bouw van beide kazernes verlichtte de druk die het garnizoen op de stad legde. Veel burgers werden verlost van de inkwartiering.

Uit de achttiende eeuw dateren enkele rapporten die zich negatief uitlaten over de kwaliteit van Fort Sint-Michiel. Het fort lag te ver van de Maas, was daardoor relatief eenvoudig door de vijand in te nemen, waarna het juist als uitvalsbasis tegen de stad kon worden gebruikt! Daarom werd in 1831 tussen Fort Sint-Michiel en de Maas het aarden Fort Leopold aangelegd.

-Tussen 1794-1814 sloten de Franse autoriteiten alle kloosters. Stuk voor stuk kregen die een nieuwe functie. Het oude minderbroedersklooster werd kazerne. In de loop van de negentiende eeuw werden de gebouwen diverse keren uitgebreid, onder meer met rijloodsen voor paarden. De militaire aanwezigheid in de binnenstad bleef dus zeer groot.

Naar schatting een kwart van de stad werd in beslag genomen door de militairen, terwijl Venlo toch al overbevolkt was. De stadsmuren knelden, bouwen buiten de stad was om militair-strategische redenen verboden. Dit leidde tot onverantwoorde toestanden op het gebied van huisvesting en hygine. In vrijwel alle huizen woonden meerdere gezinnen. Verontreinigende bedrijfjes stonden gewoon naast woonhuizen. Riolering en waterleiding waren nog onbekend. Vooral rond de Jodenstraat en 't Hetje heersten ernstige wantoestanden.

In 1867 werd Venlo verlost van de vestingstatus. De vestingwerken werden snel afgebroken. Alleen aan de Maas (De Luif) en in de kloostertuin Maria-Weide bleven delen van de stadsmuur overeind. In opdracht van het Rijk ontwierp ir. Van Gendt een plan voor nieuwe straten rond de oude stad. Het Rijk eiste wel dat de minderbroederskazerne in gebruik bleef, waarmee de binnenstad zelf voorlopig niet werd verlost van de militairen. Pas in 1909 bereikten gemeente en Rijk een akkoord over sluiting van de kazerne. De gemeente kreeg de kazerne en gaf het Rijk in ruil daarvoor de gronden van het vroegere Fort Sint-Michiel. Het oude klooster (behalve de kerk, de huidige Jongerenkerk) en de overige kazernegebouwen werden gesloopt. Op de 'allergunstigst tot bebouwing en stadsuitbreiding in het midden der stad gelegen terreinen' werd de woonwijk het Rosarium gebouwd.

Op de plek van Fort Sint-Michiel werd tussen 1910-1913 de Frederik Hendrikkazerne gebouwd: een omvangrijk complex met onder andere vier legeringsgebouwen, een wachtgebouw, exercitieloodsen, een scherm- en gymnastieklokaal, privaatgebouwen, wapenmagazijnen, stallen en een hospitaal. November 1913 werd het complex geopend. Vanaf het begin was er een infanterie-eenheid in gehuisvest; vanaf 1947 ook het district Venlo van de marechaussee. Na de Tweede Wereldoorlog prevaleerde de functie van militaire rijschool. Nu ook die vertrekt, komt er definitief een einde aan de eeuwenlange militaire aanwezigheid in de Maasstad.

Dit artikel is geschreven door Frans Hermans. Hij werkt op het Gemeentearchief Venlo en is auteur van de Historische Stedenatlas Venlo.

Frederik Hendrik en Sint-Michiel

De Frederik Hendrikkazerne is genoemd naar Frederik Hendrik (1584-1647), graaf van Nassau en Prins van Oranje. Frederik Hendrik was het jongste kind van Willem van Oranje en kreeg al vanaf zijn negende jaar militaire rangen. In 1624 werd hij stadhouder en opperbevelhebber. Tussen 1627 en 1645 maakte hij naam als de 'steden-dwinger' door de Spanjaarden te verslaan bij onder andere Groenlo, Den Bosch, Maastricht, Sittard, Roermond, Venlo (1632), Breda, Sas van Gent en Hulst. In feite bepaalde Frederik Hendrik in hoofdzaak het territorium van de Noordelijke Nederlanden. Overigens verloor Frederik Hendrik Venlo in 1637 weer aan de Spanjaarden en trachtte hij het in 1646 vergeefs opnieuw in te nemen.
De voorganger van de Frederik Hendrikkazerne, Fort Sint-Michiel, is genoemd naar de aartsengel Michal, die in het hoofdstuk Openbaringen van de bijbel oorlog voert tegen Satan en beschermer is van het vrome Isral. De bouw van Fort Sint-Michiel startte in 1641 op Michielsdag, 29 september.

Deze jongens moeten toch ook leren rijden

Rij door Venlo en de kans is groot dat je op een groene jeep met een 'L' stuit. Maar niet lang meer. Met de verhuizing van de kazerne verdwijnt ook de rijopleiding voor militairen. Een verslag van een van de laatste ritjes.
 
VENLO - Hortend en stotend komt de legergroene jeep in beweging. Om dan met een schok tot stilstand te komen. Stop! Bijna botst soldaat eerste klas Sjonny de Vries achterop een wagen met een grote letter L. Dat zal veel automobilisten in Venlo al eens zijn overkomen. De lesauto's rijden vrijwel continu door de stad. Maar dat is nu bijna afgelopen.
Baret in de broekzak, twee handen aan het stuur. Ogen flitsen van binnen- naar buitenspiegel en opzij. Soldaat de Vries (23) laat de koppeling langzaam opkomen. "Hou voldoende afstand', zegt instructeur Peter Timmermans tegen de soldaat als die bijna op de lesauto botst die vr hem het terrein afrijdt.

Een van de laatste rijlessen is begonnen. Soldaat De Vries is de laatste soldaat die het gele papiertje, zijn militaire rijbewijs, in Blerick haalt. Twee weken geleden begon hij aan de rijopleiding, die vier weken duurt. Op vrijdag dertien december - de dag van de laatste rijles - is hij klaar.

Voorzichtig stuurt De Vries de MB - militair jargon voor Mercedes Benz - richting Blerick. Hij vergeet op het kruispunt rechts voor te sorteren en wil zomaar een voorrangsweg oprijden. "Ho ho, kijk eens even hier. Probeer vooruit te kijken', corrigeert Timmermans, die overigens een burger rij-instructeur is. Sinds een jaar verzorgt een gewone rijschool de lessen. De kazerne heeft ze uitbesteed, omdat er te weinig militaire rij-instructeurs waren. Alleen de rijopleiding voor vrachtwagens is nog in eigen handen, net als de operatieve module; terreinrijden, 's nachts met oorlogsverlichting door het bos rijden, banden verwisselen, sneeuwkettingen omleggen en sleutelen.

Maar die avontuurlijke lessen heeft Sjonny de Vries nog niet gehad. Eerst moet hij leren rijden. Keren op de weg in wat wel het smalste straatje van Blerick lijkt. De soldaat draait er z'n hand niet voor om. Wat wil je als je zes uur per dag in een lesauto zit, waarvan drie uur zelf achter het stuur. "Best intensief', vindt De Vries het lesprogramma. "Vooral 's morgens dreig ik weleens in slaap te sukkelen.' Als hij het rijbewijs heeft, gaat De Vries terug naar z'n eigen peloton in Wezep, bij Zwolle. "Ik werk bij het nucleaire, chemische ontsmettingspeloton. Als de vijand met chemische gassen gooit en onze tanks en voertuigen raken besmet, hebben wij een soort wasstraat om ze te reinigen', legt hij uit.

De Vries zit nu vier jaar in het leger en zegt dat hij voor nog twee extra jaren wil bijtekenen. Hij ging in dienst vanwege de "uitdaging'. "We doen aan klimmen en parachutespringen en ik kan mijn rijbewijs hier halen. Ik volg in het leger ook een opleiding tot lasser, zodat ik ook buiten de landmacht een goede baan kan vinden.'

De Vries rijdt over de snelweg A67 richting knooppunt Zaarderheiken om dan weer terug te keren naar de kazerne. Veel automobilisten stuiven de MB voorbij. Inwoners van Venlo storen zich soms aan de groene wagentjes, die nog altijd veel bekijks trekken. Timmermans erkent dat er veel lesauto's in Venlo rijden en snapt de frustraties die dat bij sommige weggebruikers oproept. "Maar deze jongens moeten het toch ook leren, of ze nu via het leger lessen of op een gewone rijschool zitten. En iedereen die kan autorijden, is toch zo begonnen?'

Maar toch: het zijn er wel veel. Er rijden zo'n negentig Mercedessen en 37 vrachtwagens vrijwel continu rond. De kazerne-rijschool telt zo'n tweehonderd leerlingen, dertig burger-instructeurs en tachtig militaire instructeurs. De overlast voor het verkeer in de stad heeft wel meegespeeld bij de beslissing de kazerne te sluiten. De rijschool verkast naar een splinternieuwe kazerne in Oirschot. "Dat moet het leger-walhalla van Europa zijn', zegt commandant Chrit Voncken, die aan het hoofd van de rijopleiding in Blerick staat. "Daar hebben we ons eigen oefenterrein met rotondes, snelwegen en heuvels. De soldaten moeten daar eerst goed leren autorijden, voordat ze de kazernepoorten uit mogen.'

Misschien dat soldaat Sjonny de Vries in die supermoderne kazerne wel z'n vrachtwagenrijbewijs gaat halen? Op die vraag geeft hij een echt soldatenantwoord: "Alleen als m'n baas dat wil.'

Het Regiment Limburgse Jagers heeft donderdag
onder muzikale begeleiding van hun orkest
afscheid genomen van de
Frederik Hendrik kazerne in Blerick.
Drie Jagers over hn kazerne.



Naam: Jack Cremers
Leeftijd: 63
Woonplaats: Belfeld
In dienst: van 3 december 1958 tot 1 juni 1960
Rang: eerste soldaat

"Ik heb in de Frederik Hendrikkazerne vier maanden mijn opleiding gehad, waarna ik naar Oirschot ben gegaan. Het was een goede opleiding, met een fantastische sergeant. Sergeant Nijs. Bij aankomst riep-ie dat hij nu voortaan onze moeder was. Ik vind het ontzettend jammer dat we vaarwel moeten zeggen tegen de kazerne. Ik leidde hier erg vaak anderen rond door het museum. Ook bezochten we het monument. Het museum en monument gaan nu naar de kazerne in Weert, omdat dat de enige kazerne in Limburg is die nog in gebruik is. Maar tegen die verplaatsing zal ik me met alle macht verzetten. Ze horen in Blerick. Venlo/Blerick is vierhonderd jaar een garnizoenstad geweest en dat gaan ze nu teniet doen door de verhuizing. Nou, als het aan mij ligt, gaat dat niet door.'

Naam: Frans Keularts
Leeftijd: 60
Woonplaats: Heerlen
In dienst: van augustus 1961 tot maart 1963
Rang: drie keer sergeant, twee keer gedegradeerd

"Ik heb in de Frederik Hendrikkazerne mijn eerste militaire straf gekregen, twee weken cel. Ik moest me op 10 augustus melden bij de poort, maar kwam pas de dertiende opdagen. Als je voor de kazernepoort staat, denk je: wat een rotzooi. Maar hier vind je de kameraadschap en collegialiteit die je nergens anders vindt. Ik heb in Blerick een vriend uit Zeeland leren kennen. Toen we later in Harskamp zaten, is hij per ongeluk doodgeschoten. Hij kon goed een schot nadoen, en dan ging-ie op de grond liggen. Op een dag waren rekruten de wapens aan het schoonmaken en opeens klonk er een schot. Mijn vriend viel neer. Ik dacht: begint-ie weer. Maar deze keer was het echt. Blerick betekent veel voor me, omdat ik hem daar heb leren kennen. De Frederik Hendrikkazerne is ook de leukste van alle kazernes waar ik heb gezeten.'

Naam: Jan Bindels
Leeftijd: 70
Woonplaats: Harderwijk
In dienst: 31 juni 1952 tot 1 mei 1987
Rang: luitenant-kolonel

"Ik kwam hier in 1952 voor mijn opleiding. We werden gelegerd in garages die zo groot waren dat de sergeant er op de fiets rondreed. Ik kom zelf uit Tilburg en sprak totaal geen Limburgs. Ik heb hier mijn vrouw leren kennen. Nu spreek ik vloeiend Limburgs. Mijn vrouw zegt wel: det kins dich neet, maar als ik nu met Limburgs dialect praat, vragen ze altijd of ik uit Venlo kom. Na mijn opleiding op de KMA kwam ik hier in 1956 terug als pelotoncommandant opleiding recruten. Tot 1958. Het afscheid van de kazerne valt me zwaar. Het klinkt misschien emotioneel, maar hier ben ik mijn militaire loopbaan begonnen. Ik kwam hier elk jaar weer terug, voor het korpsdiner. Nu woon ik in Harderwijk, omdat ik in 1958 daar werd gestationeerd. Ik was destijds de enige Limburgse Jager in het hoge noorden.'