Dibbets herdacht zonder "boe"-geroep.

(Bron: Dagblad De Limburger)
(Tekst: Caspar Cillekens, 2004-03-30)

Maastricht - Bij de eerste Dibbets-herdenking vijftien jaren geleden waren er nog Maastrichtse boe-roepers. Een Amerikaanse militair was gisteren de enige 'dissonant'.  Een wielrijder op de ventweg kijkt verwonderd naar het groepje militairen en burgers dat in de houding staat voor het Dibbets-monument. Een Amerikaanse NAVO-militair op de Tapijnkazerne loopt niets vermoedend achter de groep langs. Hij is de enige 'dissonant' bij de herdenking van de 165ste sterfdag van de generaal die ervoor zorgde dat Maastricht tijdens de Belgische opstand in 1830 voor Nederland behouden bleef. De boe-roepers zijn er dit keer niet. Ze hebben zeker hun centen verzopen, lacht Stied Witlox.
 
De reserve-luitenant-kolonel b.d. van het Regiment Limburgse Jagers ijvert er al jaren voor dat Dibbets de eer krijgt die hij verdient. Geen gemakkelijke opgave in een stad waar het vorige eeuw usance was dat vaders hun zonen opdracht gaven tegen het grafmonument van de generaal te urineren. Toen Witlox en zijn medestanders vijftien jaar geleden voor het eerst de generaal herdachten stonden een paar Maastrichtenaren hardop boe te roepen. Diehards die het blijkbaar nog altijd niet konden verkroppen dat die 'Hollender' voorkomen had dat Maastricht Belgisch was geworden in 1830 toen in Brussel een opstand tegen koning Willem I uitbrak.
 
Stadshistoricus Toon Jenniskens weet hoe gevoelig Dibbets, de verpersoonlijking van de anti-Hollandse sentimenten in Maastricht, ligt. Het stadsbestuur heeft er nooit aan gewild een straat te vernoemen naar de generaal, die in 1839 een paar dagen voor de definitieve afscheiding van BelgiŽ aan jicht overleed in Maastricht. Dibbets deelt dat malheur met een andere verguisde Maastrichtenaar. Pottekeunig Petrus Regout, de verpersoonlijking van de kapitalistische entrepeneur-uitbuiter, wacht ook nog altijd op zijn straatnaamgeving. Een Avenue Regout in de nieuwbouwwijk Cťramique lag tien jaar geleden veel te gevoelig.
 
Het gietijzeren Dibbets-monument, voorzien van een nieuwe laag groene verf, stond oorspronkelijk in de vestingwerken bij de voormalige Boschpoort. Onder de cenotaaf lagen de resten van de generaal. Toen de vestingwerken in 1927 gesloopt werden, besloot de gemeente het monument te verplaatsen naar de Tapijnkazerne. Het gebeurde in het diepste geheim, midden in de nacht. Vooral geen slapende (Maastrichtse) honden wakker maken was het devies. Een ding vergaten de opgravers mee te nemen: het lijk van Dibbets. Dat ligt nog steeds op de plek. Met inmiddels weliswaar drie meter beton er boven op. Volgens Jenniskens en Witlox moeten de stoffelijke resten van de generaal onder de fietsoprit richting Noorderbrug liggen. De oprit wordt waarschijnlijk verplaatst de komende jaren. Een uitgelezen gelegenheid, zo oppert commandant Ferry Tummers van de Limburgse Jagers bij de herdenking gisteren, om alsnog de resten van de generaal op te graven en een definitief laatste rustplaats te geven in het monument op de Tapijnkazerne.
 
De wethouder van Cultuur (tevens wethouder van FinanciŽn) ziet de bui al hangen. Zo'n graafmachine kost ook geld.
 
Heel voorzichtig komt hij eens informeren bij de verslaggever. 'Boe ligke die kneuk persijs?'