Hoofdwacht Maastricht nu militaire geschiedenis.


(Foto's + tekst: M. Van Rijen-Bos. "Defensiekrant")


MAASTRICHT – De Hoofdwacht aan het Vrijthof behoorde sinds mensenheugenis aan Defensie toe. In 1738 verving nieuwbouw een ouder complex en in de jaren1773-1774 werd de Hoofdwacht vanwege de slechte fundering nog eens geheel opnieuw opgetrokken. Ooit lagen er de sleutels van de stadspoorten en andere vestingwerken in bewaring en vormde hij het zenuwcentrum van het garnizoen, dat in zijn hoogtijdagen elfduizend militairen telde. Sinds afgelopen maandag valt hij definitief onder het hoofdstuk militaire geschiedenis. Met de overhandiging van een oude sleutel aan de burgemeester van Maastricht, Gerd Leers, deed staatssecretaris Cees van der Knaap symbolisch afstand van het historische pand.
 
Met het officiële vertrek van het Regiment Limburgse Jagers op 9 maart 2006 verlieten tevens de laatste Nederlandse militairen Maastricht. Voor de Hoofdwacht, in de periode 1999-2000 voor het laatst verbouwd, bleek Defensie geen bestemming meer te hebben. Maandag de 15de werd hij met een ceremonieel tintje overgedragen, waarbij heden en verleden elkaar de hand reikten. Een moderne Patria reed het Vrijthof op en kwam tot stilstand tussen het toegestroomde publiek en opgestelde eenheden, waaronder 30 Natresbataljon, gehuld in het oude uniform van de Limburgse Jagers, de Regimentsfanfare Grenadiers en Jagers en het "Mestreechs Rizzjemint".

Adjudant Lud Lindeman, afkomstig van het Regionaal Militair Commando Zuid in Vught, sprong behendig uit het pantserwielvoertuig om de traditionele sleutel aan Van der Knaap te geven. Die reikte hem op zijn beurt uit aan de burgemeester van Maastricht. “We’ve got him”, grijnsde Leers triomfantelijk, het kleinood boven zijn hoofd zwaaiend naar de toeschouwers op het Vrijthof. Het plein waarvan het nog maar de vraag is of het er zonder militairen zou hebben gelegen. “Die ruimte was destijds immers nodig voor exercitie en de dagelijkse parade”, merkte de staatssecretaris op. “Jarenlang zorgde een omvangrijk garnizoen voor de veiligheid in deze stad. De verhoudingen tussen de militairen en de burgerij waren over het algemeen goed, waarbij het zeker hielp dat de middenstand zeer gelukkig was met de aanwezigheid van duizenden militairen. Ambachtslieden, winkeliers, aannemers, kroegbazen en bordeelhouders verdienden aan de militairen een goed belegde boterham.”

 
Laatste bolwerk
Hendrik Jacob Ghier kreeg eind 1736 de opdracht de Hoofdwacht te bouwen. Twee jaar later was het pand gereed. Kosten: 11.800 oude guldens. Bijna drie eeuwen later mocht Maastricht het overnemen voor € 1.040.000. “Dat lijkt niet veel”, zegt Eric de Vetter, hoofd vastgoedexploitatie van Regionale Domeinen Zuid van het Ministerie van Financiën, “maar er zitten wel wat voorwaarden bij. Zo moet het gebouw een publieke functie krijgen. Dus geen horeca, detailhandel en bank of iets dergelijks. En er geldt een anti speculatiebeding. Mocht de gemeente zich niet aan onze afspraak houden en het pand voor bijvoorbeeld vier miljoen euro doorverkopen, dan kom ik het verschil nog even incasseren.” Directeur Dienst Vastgoed Defensie, Jan Fledderus, toonde zich er verheugd over dat de voormalige Hoofdwacht in goede handen blijft en dat deed ook burgemeester Leers. “De overdracht van de Hoofdwacht aan het gemeentebestuur markeert een uiterst belangrijk moment voor de Maastrichtenaren. Het is het laatste Hollandse bolwerk in de Limburgse hoofdstad dat in Maastrichtse handen valt”, gaf hij lachend aan. “Defensie heeft zich hier altijd thuis gevoeld. Ik kan u verzekeren dat de stad de aanwezigheid van de "pejotten", zoals Maastrichtenaren soldaten noemen, als net zo prettig heeft ervaren.”
 
Leers sprak zijn dank uit voor de standvastigheid van de militairen, omdat daardoor de Hoofdwacht werd gered van sloop. Immers, in 1913 stond het pand in gemeentelijke stukken omschreven als een getuigenis van verregaande wansmaak dat zo snel mogelijk moest verdwijnen om niet langer het Vrijthof en de achtergelegen monumentale gebouwen te ontsieren. “De gemeente verordonneerde de sloop, maar de militaire autoriteiten kwamen daartegen in het geweer.”
 

Wat de nieuwe functie van het pand betreft, denkt Leers aan bijvoorbeeld een expositieruimte. Er worden pogingen ondernomen het originele Verdrag van Maastricht, dat in 2007 vijftien jaar bestaat, uit Rome terug te halen. Leers: “De Hoofdwacht zou een perfect gebouw zijn om dit historische verdrag, waarmee de Europese Unie is gesticht, te exposeren.” Over de toekomst van de Hoofdwacht hoeft, zo laat het zich aanzien, niemand zich grote zorgen te maken.



Nu beide personeelsleden, Jos Houben en Inge Varion, nog. Zij hopen snel weer ergens een leuke betrekking te vinden. Staatssecretaris Van der Knaap inspecteert de troepen op het Vrijthof. Links paradecommandant, majoor John Knijnenburg.
De Hoofdwacht op het Vrijthof fungeerde bijna drie eeuwen als militair onderkomen

Staatssecretaris Van der Knaap inspecteert de troepen op het Vrijthof. Links paradecommandant, majoor John Knijnenburg.

Burgemeester Leers: “Het is het laatste Hollandse bolwerk in de Limburgse hoofdstad dat in Maastrichtse handen valt.”
Een kersverse Limburgse Jager spreekt zijn eed of belofte uit.