Het bataljon bestaat sinds 1 november 1957. In die tijd kende de landmacht nog een legerkorps met divisies die mobilisabel of deels paraat waren. Mobilisabele eenheden werden pas opgeroepen in het geval van oorlog (of bij herhalingsoefeningen). Het materieel werd dan ook tot die tijd in mobilisatiecomplexen opgeslagen. Parate divisies bestonden ook al in vredestijd en waren permanent gevuld met beroepskader en dienstplichtigen. Ook 42 BLJ was een parate eenheid.

image description
image description
Uitreiking eerste Divisie Fanion aan overste van Loon

Legerplaats Ermelo

Het bataljon werd eerst ondergebracht op de Legerplaats Ermelo. Het beroepskader was nog maanden bezig met de voorbereidingen zodat pas in mei 1958 de 1e lichting dienstplichtigen aankwam in Ermelo. Toen het bataljon halverwege 1958 met personeel was gevuld, begonnen de eerste oefeningen. Eerst in de omgeving van de legerplaats, maar later oefende het bataljon ook in het Duitse Vogelsang (voor de 1e bataljonstest) en het Franse La Courtine. Tijdens die oefeningen werd het bataljon klaargestoomd voor het gemechaniseerde gevecht (met nucleaire dreiging). Het werd in 1963 uitgerust met het Franse pantserrupsvoertuig AMX, waarmee het in september van dat jaar naar Noord-Duitsland werd verplaatst.

image description
Verdedigingsvak in Noord Duitsland
image description
IJzeren Gordijn

42 BLJ in Duitsland

De NAVO-troepen kregen elk een eigen verdedigingsvak toegewezen langs het IJzeren Gordijn. Het Nederlandse leger lag op de Noord-Duitse laagvlakte. In 1963, toen de spanningen toenamen, stationeerden meer parate eenheden zich dichterbij de oostgrens. Ook de Koninklijke Landmacht werkte daar aan mee. De Landmacht wees 41 Pantserbrigade hiervoor aan, waarvan 42e  Pantserinfanteriebataljon een onderdeel was. Zo kwam 42 BLJ in 1963 in de legerplaats in het Duitse Seedorf terecht.

image description
Klaar voor het defilé
image description
Met de YPR765 naar de overkant

Inzet in Noord-Duitsland

Gelukkig werd het oorlogsscenario geen werkelijkheid. Toch ontleende de landmacht tijdens de Koude Oorlog haar bestaansrecht bijna helemaal aan het indammen van de dreiging uit het oosten. De organisatie en het tactisch optreden van het Nederlandse leger waren helemaal toegespitst op een mogelijk grootschalig conflict in Europa. Het bataljon nam daarvoor aan bijna alle grote Nederlandse en NATO oefeningen deel, zoals Edeldraak, Hermelin, Octo Alter, Big Ferro, Grosser Bär, Saxon Drive, Harte Faust, Atlantic Lion en Free Lion. En met succes! Het bataljon won met regelmaat de felbegeerde 'Fanion 4 Divisie' als de beste eenheid van deze divisie.

image description
Inzet IFOR in Bosnie 1996
image description
SFIR 3 inzet in Irak

Omschakeling naar beroepsleger

Dat veranderde in 1989 bij het vallen van het IJzeren Gordijn: de dreiging was weg. Langzaam schakelde de Koninklijke Landmacht over op een beroepsleger en ook 42 BLJ werd vanaf 1992 geheel gevuld met beroepspersoneel. Sinds 1995 werd het bataljon of een deel daarvan volop ingezet in internationale operaties in VN of NATO verband. Bosnië, Irak en Afghanistan werden nu het nieuwe werkterrein. Door de weggevallen dreiging en reorganisatie verhuisde het bataljon in 2007 naar de Ruyter van Stevenickkazerne bij Oirschot, de tweede Alma Mater van het Regiment.

image description
Stafgebouwen
image description
Legeringsgebouwen

Legerplaats bij Oirschot

Na terugkeer naar Nederland bleef het bataljon inzetbaar in internationaal verband in onder andere Afghanistan en met kleinere detachementen in Afrikaanse landen. Geoefend werd en wordt in eigen land, maar ook in bijvoorbeeld Noorwegen, Schotland en Duitsland. Om de band met de gelijknamige provincie te verstevigen vindt jaarlijks een grote oefening plaats op Limburgse bodem te midden van de Limburgers. Ook ceremonies als commando-overdrachten vinden doorgaans plaats op de pleinen van steden en dorpen in Limburg. 

image description
Oefening Highland Hunter in Schotland
image description
Missie in Afghanistan 2007-2011
Bekijk hieronder het laatste nieuws van de 42e Bataljon Limburgse Jagers.