Home VVRLJ Nieuws Lezing over waardering voor veteranen tijdens Phaff-dag

Lezing over waardering voor veteranen tijdens Phaff-dag

AddThis Social Bookmark Button

Tijdens de Phaff dag op 25 november 20111, werd door Drs Elands van het veteranen instituut een lezing gehouden over de Indiëveteranen.


drseland

De Phaff-dag van het regiment Limburgse Jagers stond dit jaar in het teken van de Indiëveteranen. Ondanks het wat gure weer waren de veteranen van de 18 tot het regiment behorende Indiëbataljons in groten getale naar Weert gekomen. Zij werden eerst warm toegesproken door de regimentscommandant en de Gouverneur van Limburg. Daarna zou volgens het draaiboek de bekende professor Bob Smalhout een lezing houden, maar gezondheidsproblemen verhinderden dit. Gelukkig was Martin Elands, militair historicus van het Veteraneninstituut, te elfder ure in staat en bereid voor hem in te vallen.

De lezing van Martin Elands had waardering voor Indiëveteranen als onderwerp. In het eerste deel van zijn lezing betoogde Elands dat het niet vreemd is dat de strijd in Indië destijds en later aan kritiek onderhevig is geweest. Het mislukte dekolonisatiebeleid, het voor Nederland teleurstellende resultaat van het conflict en het bekend worden van schendingen van het oorlogsrecht vormden begrijpelijke  gronden voor kritiek. Elands benadrukte dat het een groot goed is in een land te wonen waar over zaken van leven en dood een kritisch publiek debat gevoerd kan worden, maar signaleerde gelijktijdig de soms ongenuanceerde wijze waarop de Indiëgangers in dat publieke debat collectief werden veroordeeld.

In het tweede deel van zijn lezing blikte Elands terug op hoe de waardering voor Indieveteranen zich in de loop van de jaren heeft ontwikkeld en hoe die tot uitdrukking is gekomen. Hij benadrukte dat er tijdens en vlak na het conflict wel degelijk waardering was voor de Indiëgangers. Mediaberichten in die jaren spreken voor zich en ook in kleinere sociale kring, binnen  de krijgsmacht en door de overheid werd er waardering geuit, onder meer in de vorm van tal van demobilisatievoorzieningen. Van echt publiek eerbetoon was echter geen sprake, mede vanwege de traumatische afloop van het conflict  en het heersende culturele en maatschappelijke klimaat.

 

Volgens Elands was juist het voor Indiëveteranen zo pijnlijke  publieke debat over geweldsexcessen en oorlogsmisdaden de aanzet voor het uiten van meer begrip en waardering voor de Indiëveteranen. Zij werden – mede doordat duidelijk werd dat duizenden Indiëveteranen kampten met lichamelijke of psychische klachten - steeds nadrukkelijker beschouwd als slachtoffers van mislukt beleid en van latere maatschappelijke miskenning. In een tijd van nieuwe militaire uitzendingen en een veranderend maatschappelijk klimaat kwam de waardering voor Indiëveteranen vanaf de jaren negentig via het veteranenbeleid en in de media steeds nadrukkelijker tot uiting. Bovendien toonden opiniepeilingen aan dat een ruime meerderheid van de bevolking veel waardering voor Indiëveteranen had en heeft.

 

Wat betreft de waardering voor Indiëveteranen was er de laatste 25 jaar dus sprake van een zeer positieve ontwikkeling, maar volgens Elands hing die waardering wel in belangrijke mate samen met het beeld van de Indiëveteraan als slachtoffer. En daarmee doen we de Indiëveteranen in zijn ogen ernstig tekort. Waardering moet volgens Elands niet zozeer in relatie staan met wat de Indiëveteranen is overkomen of wat zij hebben moeten ondergaan, maar vooral met wat zij hebben gedaan. Elands signaleerde ten slotte in dat opzicht vijf belangrijke gronden voor waardering voor Indiëveteranen, te weten: tal van militaire prestaties in Indië zelf, de waardevolle bijdrage van Indiëveteranen aan onze samenleving na hun terugkeer uit Indië, de strijd voor nazorg en waardering waarmee zij het huidige veteranenbeleid afdwongen, de steun die Indiëveteranen elkaar tot op de dag van vandaag bieden en de indrukwekkende wijze waarop zij de nagedachtenis van hun gesneuvelde kameraden in ere houden.